dinsdag 26 juli 2016

Trip 47 : Villers-devant-Orval, Sommethonne, Bellefontaine, Crypte Rossignol, Monument Gefusilieerden Rossignol, Oree de la Foret, Plateau, Neufchateau, Neufchateau Mallonne.

Datum : 26/07/2016
Begraafplaatsen : Villers-devant-Orval Gemeentelijke Begraafplaats, Sommethonne Gemeentelijke Begraafplaats, Frans-Duitse Begraafplaats Bellefontaine (Radan), Rossignol Crypte, Monument voor 120 gefusilleerden, Franse Militaire Begraafplaats Oree de la Foret, Franse Militaire Begraafplaats Plateau, Neufchateau Communal Cemetery, Frans-Duitse Militaire Begraafplaats Neufchateau-Mallonne
Afstand :  492 Km
Weer :  wisselvallig met enkele buien
Deelnemers : Stuart Jervis, Kurt van Looke
Volgers : Patrick Verhaeghe, Rais Picavet en Willy de Rudder



Info :

Vandaag 26 juli 2016, het zag er een natte dag uit toen we ontwaakten in ons vakantiehuis in Herbeumont. Het zag er grauw en grijs uit en bovendien viel er een zware motregen uit de lucht. Het beloofde niet veel goeds voor vandaag. Toen we het lunchpakket klaarmaakten keek Stuart even naar de vooruitzichten op zijn moderne lei, volgens Kurt althans, en melde dat het regenfront bijna zou over zijn en we later op de dag enkele buien zouden krijgen te verwerkend. Kurt al helemaal uit zijn schik omdat dit net iets te ver ging op dit ochtendlijke uur. Toen Stuart niet veel later zijn glazen bol wegstopte begonnen we met onze spullen in te laden en gingen we Patrick Verhaeghe opwachten. Patrick was op vakantie in Frankrijk met zijn mobilehome en was voor de gelegenheid overgekomen om onze tocht mee te volgen. Patrick was daags voordien vertrokken  met de intentie te overnachten in Herbeumont maar besloot toch om ergens onderweg te overnachten. Dat betekende dat hij 's morgens vroeg op moest om op tijd bij ons huisje te zijn, wat hem ook lukte. "Goeie morgen, dat noem ik nu eens prioriteiten stellen se" begroette Stuart Patrick die net de deur van zijn mobilehome open stak toen we gingen vertrekken. Dit moment werd vastgelegd voor het thuisfront en sommigen hadden al een paar ideetjes met de genomen foto. Lachen was het gevolg en al meteen was de toon voor vandaag gezet.




Vandaag zouden we een aantal begraafplaatsen bezoeken in de hoek Habay, Virton, Florenville en Libramont-Chevigny. Hier vond in augustus 1914 de eerste algemene confrontatie plaats van de Grote Oorlog wat men later de Slag der Grenzen noemde. Voor de Belgen was de toetreding tot de oorlog een verrassing. In feite was het land neutraal en de invasie van de Duitse troepen in het grondgebied was een ware schending. Duitsland, in overeenstemming met het Schlieffenplan, passeerde door België om het Franse leger in de rug aan te vallen en zo snel door te stoten naar Parijs. Deze schending van de Belgische neutraliteit bewoog de geallieerde grootmachten om toe te treden tot de oorlog en de Triple Entente te vormen: Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Rusland.

Bij de algemene mobilisatie van 31 juli kon België rekenen op 200.000 mannen, tegen 3.840.000 voor Duitsland. De verdediging van het land rustte op drie versterkte plaatsen: Namen, Luik en uiteindelijk het afgeschermde kamp van Antwerpen. Op 4 augustus werd België aangevallen door een Duits leger dat superieur was op alle vlakken (omvang en bewapening). De 12 Luikse forten vielen, de één na de ander. Brussel viel vier dagen later. Na de val van de forten van Namen trok het Belgisch leger zich terug tot aan Antwerpen en uiteindelijk tot aan de IJzer, waar het front zich stabiliseerde gedurende 4 jaar. In Belgisch Luxemburg waren het de Fransen die door Joffre de aanval openden op 22 augustus 1914 en hier de Duitsers tegenkwamen. In drie dagen tijd werden 70.000 soldaten van beide kampen buiten gevecht gesteld.

De oorlog was zeer gewelddadig voor de legers die op elkaar botsten van Maissin tot Baranzy, maar ook voor de burgers in Anloy, Longlier, Rossignol, Tintigny, Ethe, Porcheresse, etc. Willekeurige executies, plunderingen en verwoestingen van dorpen, deportaties en een bezetting van 4 jaar moesten worden doorstaan.
Musea, militaire begraafplaatsen, monumenten en gedenkplaten, bewegwijzerde routes… allemaal sporen van deze tragische geschiedenis, op de wegen van de herinnering vind je hier terug. Vandaag zouden we hulde brengen aan een dezer dikwijls vergeten en toch roemrijke helden.

Patrick mocht voor de gelegenheid vandaag met ons mee rijden op voorwaarde dat hij zich een beetje gedroeg, zei Kurt, want het zou niet makkelijk zijn om de tocht met een gemotoriseerde caravan te maken. Toen ook de spullen van Patrick waren ingeladen vertrokken we richting Villers-devant-Orval een klein dorpje en deelgemeente van Florenville naast de Franse grens dat ongeveer een 700 inwoners kent alwaar we de gemeentelijke begraafplaats zouden bezoeken. Een klein half uurtje later rond 9u45 arriveerden we bij de ingang van de Gemeentelijke Begraafplaats van Villers-devant-Orval waar we volgens onze voorafgaande research de graven zouden vinden van 4 Franse militairen. Het was nog steeds lichtjes aan het motregenen zodat we onze pipes in de nattigheid moesten tunen. Het ging allemaal redelijk vlot en niet veel later gingen we de begraafplaats op. Onze pipes lieten we voorlopig achter bij de overdekte inkom van de begraafplaats om ze toch iets of wat te beschermen tegen de vochtigheid. Hoewel het ondertussen was gestopt met de lichte motregen hing er toch nog veel vochtigheid in de lucht.





Kort bij de ingang en tegen de omheiningmuur troffen we de graven aan van de 4 Franse militairen die er volgens ons er wonder boven wonder verzorgd en proper bijlagen in een perk. Bij elk graf was er een klein Frans vlaggetje om het kruis gebonden en stonden er ook kleine bloempotjes bij van eerdere bezoeken wat ons meteen de indruk gaf dat deze graven toch nog bezocht werden. We namen er enkele foto's en besloten om in het gangpad voor de graven onze PRWWI tunes te spelen. 












Toen de eerste klanken van de PRWWI tune Flower of Scotland weerklonk ging meteen aan de overkant van de straat een venster open en werd ons bezoek vereeuwigd op de camera van de plaatselijke bewoner. Eveneens aan de achterkant van de begraafplaats waar een soort van groot gebouw stond, bleven enkele mensen ons gade te slaan.
Nadat we onze tweede PRWWI tune Amazing Grace hadden gespeeld kwam een man in kostuum de begraafplaats opgelopen met een boekje in zijn hand vragend naar onze bedoelingen. Stuart die zijn beste Frans boven had gehaald begon ons verhaal zo een beetje uit de doeken te doen en de man, die de plaatselijke dokter bleek te zijn in het naast gelegen rusthuis, zette zich in voor de plaatselijke geschiedenis. Hij had een gans artikel geschreven over de achtergrond van de graven wat in het boekje stond dat hij bij had voor ons. Hij had blijkbaar niet veel tijd, wou nog snel even met ons op de foto, nam afscheid en verdween even snel als hij gekomen was. We borgen het boekje op en deden verder met onze kleine huldiging voor de 4 Franse militairen. We planten er ons PRWWI In Remembrance kruisje in het midden tussen de graven en maakten er nog enkele foto's voor ons PRWWI archief.













Na het nemen van de groepsfoto namen we onze spullen bijeen en verlieten Villers-devant-Orval rond 10u15 op weg naar onze volgende bestemming. Een rit van 15 minuten bracht ons in Sommethonne, een klein dorpje dat eveneens langsheen de Franse grens lag. We reden doorheen het centrum dat bestond uit een hoofdbaan met enkele kleine zijstraatjes naar de Rue Lucien Evrard waar we om 10u30, een klein kwartiertje vroeger dan voorzien aankwamen bij de Sommethonne Gemeentelijke Begraafplaats. De begraafplaats lag op een heuvel en gaf ons rondom een prachtig zicht van de omgeving. Achteraan de begraafplaats zagen we en centraal monument staan waar we heen wandelden. We legden er onze pipes neer op een klein zeiltje bij het monument en moesten niet lang zoeken naar de graven waarvoor we waren gekomen.








In een klein mooi en proper omkaderd perk rechts van het centrale monument zagen we 5 typische Franse grafkruisjes reeds staan. Ook hier was het perk opvallend proper onderhouden. Voor 2 van de witte grafkruisjes stond nog het origineel ijzeren kruis dat na de oorlog op deze militairen hun graf was geplaatst en op een daarvan, achter het beeld van Christus op het kruis, stond nog een compleet verschenen en af gebleekte stenen schildje met de foto van de man die er was begraven. Veel meer dan het silhouet van een hoofd kon je er niet van maken en het zat dan ook nog eens tussen de rug van het Christus beeldje en het ijzeren kruis.  Eveneens stond er nergens op de witte kruisjes een datum op. Op de originele oude ijzeren kruizen vonden we die wel, 22 Août 1914, wat ons deed vermoedden dat al de slachtoffers die we hier bezochten, dezelfde datum waren overleden.










Na het nemen van verschillende foto's was het tijd om onze PRWWI tunes te spelen. de klanken van Flower of Scotland en Amazing Grace rolden de vallei in met tussenin een kleine stilte waar Patrick blijkbaar van genoot. Na het spelen van onze PRWWI tunes besloten we om eerst de groepsfoto te nemen achter de graven van de Franse militairen. Onze pipes werden terug op het zeiltje gelegd bij het centrale monument waarna het tijd was om ons PRWWI In Remembrance kruisje plechtig neer te planten bij de graven van de slachtoffers die we hier bezochten. Er werden nog enkele foto's genomen van ons PRWWI kruisje bij de graven waarna we aanstalten maakten om verder te trekken op onze tocht toen we bij de ingang van de begraafplaats 2 bekende gezichten zagen verschijnen.









Het bleken Rais Picavet en Willy de Rudder te zijn die uit het verre West-Vlaanderen waren overgekomen om onze tocht te volgen. "Man, man" zei Kurt; "Ook alweer mensen die prioriteiten stellen. Kan niet van iedereen gezegd worden hé" Stuart en Patrick lagen bijna in een deuk van het lachen omdat ze 'de joke' erachter begrepen. Rais en Willy werden door ons hartelijk verwelkomt. Ze waren hier ergens in de buurt op logement in een B&B en zouden de tocht van vandaag en overmorgen mee volgen wat ons beiden deugd deed. Na een kleine verwelkomst babbel besloten we om rustig verder te trekken naar onze volgende bestemming, waarna we onze spullen in de auto laden en Sommethonne verlieten om 10u50.




Een rit van een 20 minuten bracht ons aan de rand van het bos in Bellefontaine waar we de Frans-Duitse Militaire Begraafplaats Bellefontaine (Radan) zouden bezoeken. Een begraafplaats waar 527 Fransen en 298 Duitse slachtoffers uit de Grote Oorlog samen waren begraven. We parkeerden er de PRWWI mobiel op de naast gelegen ruime parking en begonnen direct met het uitladen van onze spullen. Terwijl we wachten tot onze volgers gearriveerd en klaar waren lazen we de grote informatieborden die op de hoek van de parking en de begraafplaats stonden. Deze lieten ons een beetje de geschiedenis van en over de begraafplaats weten. We gingen de begraafplaats op en kwamen uit op een soort van terras die ons een mooi overzicht gaven van de iets lager gelegen begraafplaats. Links en rechts van het terras vonden we onder de bomen eveneens verschillende Duitse graven. Anders dan in Langemark en Vladslo lagen hier geen platte grafstenen op de grond maar stonden hier marmeren kruizen voor de gevallen slachtoffers.











We gingen deze mooie en vooral rustig gelegen begraafplaats op en begonnen meteen met het nemen van enkele foto's voor onze archieven. Iedereen ging een beetje zijn eigen gang en slenterde een beetje verzonken in gedachten langsheen de verschillenden graven. Toen we hier en daar elkaar passeerden spraken we alweer ons ongeloof uit over het feit dat ook hier op de begraafplaats hoofdzakelijk maar één datum naar voor geschoven kwam. 22 augustus 1914, was ook de datum dat hier op alle grafstenen te vinden was. Eveneens vonden we het soms raar dat verschillende Fransen graven enkel maar de initialen of zelfs maar een letter te lezen stond in tegenstelling tot de Duitse graven. Hier en daar zagen we ook wel een bloemetje, een foto of een stormlamp met kaars in bij een graf staan wat ons liet weten dat deze begraafplaats nog werd bezocht door nabestaanden van de slachtoffers.







































Toen we een tijdje nadien zo een beetje rond waren liepen Stuart en Kurt terug naar het terras bij de ingang waar ze op de muur hun pipes hadden achtergelaten. Zoals onder elkaar afgesproken zouden we onze PRWWI tunes spelen bij de grote in natuursteen opgetrokken obelisk. Flower of Scotland klonk prachtig op deze kleine open plaats in het bos. Gevolgd door een kleine stilte, een moment van bezinning, om daarna onze tweede tune Amazing Grace te spelen voor de gevallen slachtoffers op deze begraafplaats. Toen we onze tunes hadden gespeeld merkten we op dat er boven op het terras enkele toeschouwers stonden te kijken. We wandelden terug naar het terras waar we besloten om eerst de groepsfoto te nemen met de begraafplaats op de achtergrond. Afwachtend tot het kleine lampeke bleef branden stonden we met buik vooruit, borst ingetrokken en smile op het gezicht staan tot we 'klik' hoorden. Steeds sinds die ene tocht een plezant moment.







Toen we ook hier vereeuwigd waren was het stilaan tijd  voor het plaatsen van het PRWWI In Remembrance kruisje. Stuart en Kurt waren overeen gekomen dat we dit het beste zouden zetten bij de obelisk. Terwijl Stuart nog wat stond bij te praten met Rais, Willy en Patrick op het terras vertrok Kurt op weg naar de obelisk om het PRWWI kruisje te plaatsen. Op die manier liet hij de anderen weten dat ze moesten voortmaken ofwel had hij grote honger, dat kon ook. Niet veel later toen iedereen was verzameld bij de obelisk werd ons PRWWI In Remembrance kruisje plechtig neer geplant en bevestigde op die manier ons bezoek. Kort nadien wandelden we rustig terug naar het terras waar we beneden aan de kant van de begraafplaats de bezoekersregisters terug zouden vinden.




Groot was onze verbazing toen we in het kastje voor de Duitse slachtoffers geen boek terugvonden. Aan de andere kant, Franse zijde vonden we wel een bezoekersregister terug. Het Register kende een laatste input van Alain Chauvet op 31 mei en 1 juni 2016 toen deze er zijn grootoom die was gesneuveld nabij Rossignol kwam bezoeken. Iedereen ondertekende één voor één het bezoekersregister waarna we afscheid namen van de Frans-Duitse Militaire Begraafplaats Bellefontaine (Radan) en terug wandelden naar de parking waar we onze lunch zouden nuttigen. Op deze mooie en vooral rustige plaats was het ideaal om onze picknick te nuttigen en even contact op te nemen met het thuisfront in Herbeumont. Toen onze lunch verorbert was trokken we verder en verlieten Bellefontaine om 12u40 richting Rossignol.










Toen we niet veel later het dorp van Rossignol binnen reden passeerden we er een merkwaardige steen langs de kant van de weg. Stuart had tijdens onze research ontdekt dat deze zou geplaatst zijn voor een zekere Ernest Psichari en stelde voor om hier eerst een kijkje te komen nemen. We parkeerden zo een 100 meter verder onze PRWWI mobiel en wandelden gewapend met onze camera's de afstand terug om eens een kijkje te nemen bij het herdenkingsmonument voor Luitenant Ernest Pichari. Ernest Psichari was een jonge Franse schrijver die eveneens sneuvelde tijdens de gevechten om de Grenzen tussen de Fransen en de Duitsers in 1914. Dit monument is opgetrokken niet ver van de plaats waar hij zou gevallen zijn. Zijn graf bevindt zich tot op vandaag nog steeds op het kerkhof van Orée de la Forêt te Rossignol.








Ernest Psichari is geboren uit een familie van grote Franse intellectuelen. Zeer jong ingelijfd bij het leger, neemt hij deel aan koloniale expedities in Tsjaad en in Mauritanië. Hij schrijft vier romans. De tweede " Appel des Armes", krijgt veel succes, hij ontwikkelt erin een oorlogszuchtig nationalisme. Zijn twee laatste romans zijn beïnvloed door het Katholicisme. Kort voor de oorlog wou hij dominicaan worden. Gestorven in de eerste dagen van de Grote Oorlog, wordt hij een mythe, die door de enen beschouwd wordt als een christelijke martelaar en door anderen als een voorbeeldige soldaat. Nochtans bleef Psichari een besluiteloos persoon, twijfelend tussen verschillende denkstromingen. Rossignol werd dan een bedevaartsoord voor katholieke en militaire milieus en dit monument is aan hem gewijd. We namen enkele foto's van het monument dat een grote zuil voorstelde waarin een zwaard was afgebeeld en wandelden terug in de richting waar onze auto's stonden geparkeerd.




Niet veel later kwamen we aan rond 12u50 bij de crypte van Rossignol. Een crypte op de hoek van een straat dat ons een raar gevoel gaf. Niet alleen verloren de Fransen van het 3de Colonial Division hier tijdens de gevechten in de streek, dat achteraf beschreven werd als een van de dodelijkste acties van de Bataille des Frontières, 10520 manschappen, waarvan het 2de Colonial Division hun afgesplitste artillerie bestaande uit 868 manschappen volledig werd weggevaagd maar kende ook de burgerbevolking uit Rossignol een akelig noodlot. Toen de gevechten nog bezig waren werden er geruchten verspreid over de Duitse troepen dat de Fransen werden bijgestaan door burgers waarop zij werden gevangen genomen en krijgsraden in het nabij gelegen Arlon hen allen beschuldigden van betrokkenheid tot de gevechten. De Duitse Kolonel Richard von Tessmar gaf dan via de telefoon onmiddellijk het bevel de strafmaat uit te voeren. 122 burgers, waarvan 108 afkomstig uit Rossignol werden verzameld, getransporteerd naar Arlon en daar onmiddellijk op 26 augustus 1914 gefusilleerd. De lichamen werden in een massagraf begraven op de begraafplaats in Arlon.

Reeds in november 1914 vroeg de bevolking van Rossignol om de lichamen te laten overbrengen naar hun dorp maar de Duitse overheid weigert dit toe te staan. Ondertussen in de streek van Rossignol werden alle Franse slagoffers op het slagveld, dat in Duitse handen was,  door de Duitsers in ongemarkeerde graven begraven op de plaats waar zij vielen. Deze manier van doen zette de burgerbevolking aan hun wens om hun familieleden die in een massagraf te Arlon waren begraven terug te brengen naar hun dorp om te vormen tot een eis. Zodra de oorlog afgelopen was werd hun eis ingewilligd en werden de lichamen op 18 en 19 juli 1920 opgegraven en overgebracht naar Rossignol in aanwezigheid van Koning Albert. De ceremonie duurde twee dagen waarbij naar schatting 25.000 personen de rouwceremonie volgden. Het mausoleum van de grafkelder met de 122 gefusilleerden werd pas op 1 juni 1925 ingehuldigd in aanwezigheid van Koningin Elizabeth. De aanwezigheid van het vorstenpaar bij deze ceremonie ter ere van de gefusilleerde, getuigd van de Belgische wil om eer te betuigen aan zowel militairen als burgers, zodat er in 1927 een monument wordt opgericht voor de vele Franse militaire slachtoffers die in ongemarkeerde graven in de streek zijn begraven en werd in 1932 ook een monument opgericht in Arlon op de plek waar de slachtpartij heeft plaats gevonden.

We wandelden even rond de crypte heen waar elke twee meter een stenen plaat stond waarop de kruisweg stond afgebeeld en boven op de crypte stond een groot kruisbeeld terwijl we enkele foto's namen. Terug beneden  bij de ingang gekomen namen we onze pipes uit de auto en speelden onze PRWWI Tunes Flower of Scotland en Amazing Grace voor de afgesloten ingang van de eigenlijke crypte onder het aanschouwend oog van enkele scouts jongeren die aan de overkant onze muzikale ceremonie stonden te filmen.  Kort nadien moesten we onze volgers Rais, Willy en Patrick even storen in hun doen en laten omdat we eerst de groepsfoto wouden nemen zodat ook zij even hun camera dienden neer te leggen. Na het nemen van de groepsfoto werd het PRWWI In Remembrance kruisje plechtig neer geplant bij het luik dat toegang gaf tot de eigenlijke crypte en brachten wij op onze eigen manier hulde aan de slachtoffers van Rossignol.





















Na het nemen van nog enkele foto's laden we onze spullen en pipes in en verlieten we Rossignol centrum om 13u20 voor een rit van 1 kilometer naar de plaats waar de 122 burgers werden samen gebracht en getransporteerd naar Arlon. Dat monument bevond zich buiten het centrum van Rossignol naast de weg van Rossignol naar Fossés, waar destijds 'Le Camp de la Misère' lag. Niets meer dan een weide waar alle Franse militairen en burgers van Rossignol werden samen gebracht. Daar er hier geen voet- of fietspaden langs de weg lagen parkeerden we er iets verder bij een naastgelegen huis. We wandelden rustig, links van de weg zoals het hoorde, naar het monument dat bestond uit een groot houten kruis met daarnaast de afbeeldingen van Maria met de neergelaten Christus op haar schoot. Eveneens stond er een groot informatiebord rechts van het monument wat ons terug de informatie verschafte van wat er hier zich destijds had afgespeeld.










Daar er hier geen slachtoffers waren begraven hadden we op voorhand besloten om hier niet te spelen. Doch om ons bezoek te markeren besloten we om hier enkel ons PRWWI In Remembrance kruisje achter te laten. Dit werd dan ook niet veel later plechtig neer gepland aan het sokkel van het monument waarna we enkele foto's namen en terug wandelden naar de auto. We laden onze camera's in en verlieten het monument om 13u33 om een dikke 600 meter verder terug te stoppen bij de Franse Militaire Begraafplaats Orée de la Forêt.






We parkeerden er onze PRWWI mobiel op de parking naast de weg, laden onze spullen uit en stopten eerst even bij het monument dat werd opgericht voor de Franse militairen dat in 1927 voor de begraafplaats op de splitsing van de weg stond. Het monument dat volledig in blauwsteen was opgetrokken was blijkbaar volledig gerestaureerd en achter het monument was een nieuw parkje aangelegd waar enkele zitbanken stonden. We namen er enkele foto's en lazen de bijgezette informatieborden die ons een kort geschetste geschiedenis gaven over hetgeen er zich hier destijds in de buurt had afgespeeld. We wandelden iets verder het zijweggetje in en we kwamen bij de ingang van de  Franse Militaire Begraafplaats Orée de la Forêt.








Het monument ter nagedachtenis van de Koloniale troepen die hier sneuvelden. Het werd opgericht onder impuls van Paul Feunette. Zijn zoon Gabriel Feunette rust in één van de massagraven. Het monument werd ingehuldigd op 21 augustus 1927, 13 jaar na de slag.













Het monument voor Jules Cozier. Hij werd samen met zijn 2 zoons en 123 andere burgers naar Arlon over gebracht om daar gefusilleerd te worden. Via volgende link enkele foto’s http://www.1914-1918.be/album.php?Album=photos2/civil_rossignol









In 1917, besloten de Duitsers om militaire begraafplaatsen te creëren om de lichamen van duizenden Franse en Duitse soldaten die tijdens de slag om Rossignol op 22 augustus 1914 sneuvelden. Rossignol had oorspronkelijk 3 begraafplaatsen waaronder Cimetière Orée de la Forêt. Op de Franse Militaire Begraafplaats Orée de la Forêt werden oorspronkelijk 635 militairen te rustte gelegd, 408 Franse en 227 Duitse militairen. De begraafplaats werd opgevat als een soort van natuurlijke kathedraal. De bomen symboliseerde de kolommen van de bladerde gewelven van de beuken. Deze bomen zijn helaas verdwenen na een hevige storm in 1989. Na de oorlog hebben verscheidene Franse families de lichamen van hun dierbaren laten repatriëren naar hun geboorteplaats en de Duitse graven werden verzameld op één enkele begraafplaats in Saint-Vincent en later Virton. De derde begraafplaats van Rossignol is ondertussen verdwenen. De begraafplaats herbergt ook twee ossuaria waar samen 2379 onbekende Franse militairen te rusten. Dit zijn allemaal Franse militairen die tijdens en kort na de slag om Rossignol her en der in de buurt in een ongemerkt graf werden begraven.

We gingen de begraafplaats op die precies in verschillende terrassen was aangelegd op de lichte helling. Achteraan op de begraafplaats stond een soort open torentje met daaronder een open altaar. We wandelden verder over de gegraafplaats en lieten er op een muurtje onze pipes achter wat direct aanleiding gaf tot het nemen van enkele foto's door onze volgers. Zo werd ook op een gegeven moment Kurt vereeuwigd toen hij bij het open altaar stond en hij precies stond te prediken, wat hier en daar een glimlach tevoorschijn toverde. Iedereen slenterde verder op zijn eigen ingetogen manier over de begraafplaats heen en ook hier alweer kwam maar een datum naar voor, 22 augustus 1914. Hier en daar toen we elkaar passeerden hadden we het erover. Ongelofelijk wat het hier destijds moet zijn geweest. 98% van de slachtoffers op de tot nu bezochte begraafplaatsen van ons Adrennen Offensief was gevallen op één en dezelfde dag.






















Toen we een tijdje later zo een beetje rond waren werd het stilaan tijd om onze PRWWI tunes te spelen, dus overlegden Stuart en Kurt even kort waar dit het beste zou gebeuren. We kwamen er vlug uit, gingen onze pipes halen en wandelden terug naar een van de verschillende terrassen met aan de voorzijde een halve cirkel met aan beide zijden een trap. Daar stonden we eveneens ook een beetje centraal op de begraafplaats. Het geluid van onze eerste PRWWI tune Flower of Scotland rolde als het ware de helling af op deze open vlakte in het bos wat prachtig klonk. Na Flower of Scotland ineens een ijzige stilte van een kleine minuut waar je haar van recht kwam, een moment waar Patrick steeds naar uitkijkt, waarna we onze tweede PRWWI tune Amazing Grace speelden. Nadat we onze PRWWI tunes hadden gespeeld knikten we even naar elkaar en wandelden terug naar het muurtje om er onze pipes terug op achter te laten.









Lieutenant Ernest Psichari. 2ieme Regiment d’Artillerie Coloniale. 
Hij was een bekend schrijver. Zijn verhaal vind je hier. https://en.wikipedia.org/wiki/Ernest_Psichari
Hij sneuvelde net zoals zijn kameraden op 22 augustus 1914, hij werd 30 jaar. 
Zijn graf bevind rechts achteraan de begraafplaats, net achter het altaar. 







Een kort overleg tussen Stuart en Kurt liet ons weten dat we ons PRWWI In Remembrance kruisje zouden achterlaten bij een van de tweede massagraven met onbekenden, maar welk? Aangezien erbij het rechtse perk reeds verschillende bloemstukjes en stenen met spreuken stonden en aan de linker zijde er niks stond was voor ons de keuze snel gemaakt. We wandelden naar het linkse perk waarin 1271 onbekende slachtoffers waren begraven die voor Frankrijk waren gevallen. Ons PRWWI In Remembrance kruisje werd plechtig neer geplant voor het perk bij de steen die ons liet weten dat hier 1271 onbekenden lagen. Onze volgers vereeuwigden dit stukje plechtigheid met hun camera. Terwijl Patrick ineens op de knieën ging om achteraf het PRWWI In Remembrance kruisje apart te fotograferen werd er nog wat bijgepraat met Rais en Willy waarna we allen afzakten naar de ingang van de begraafplaats.






Bij de ingang namen we eerst de groepsfoto bij de cirkel waar een kleine zuil stond met daarin het bezoekersregister en links en rechts ervan een stenen bank. Kort daarna ondertekenden we het bezoekers register dat een laatste input kende van 23 juli 2016 van een zekere Kristen De Winter uit het Nederlandse Den Haag. Toen iedereen het bezoekersregister plechtig had ondertekend namen we onze spullen en verlieten om 14u40 de Franse Militaire Begraafplaats Orée de la Forêt om rustig verder te wandelen naar onze PRWWI mobiel.















Nadat we onze spullen en pipes hadden ingeladen, een slok water hadden gedronken, overliepen we in de auto nog snel even onze verdere plannen om daarna verder te rijden op onze weg. Na een hele rit van een kleine kilometer, kwamen we aan bij de Franse Militaire Begraafplaats Plateau, onze volgende stop. Hier was parkeren iets moeilijker  maar iedereen vond toch een plaatsje naast de weg. De ingang van de begraafplaats was opgetrokken in natuursteen wat een echt prachtig zicht gaf. De eigenlijke begraafplaats lag iets hogerop onder en tussen de bomen van het bos waarin deze begraafplaats lag.







De Franse Militaire Begraafplaats Plateau was de tweede begraafplaats dat destijds werd aangelegd voor de vele slachtoffers die sneuvelden tijdens de Slag om de Grenzen tussen de Fransen en de Duitsers op 22 augustus 1914. Duizenden manschappen die tijdens de gevechten om het leven kwamen worden vrijwel onmiddellijk na de slag begraven, vaak op de plaats waar ze zijn gevallen. Trouwens, een beetje hoger de helling op, in het bos, zijn voor de aandachtige wandelaar nog enkele van deze primitieve en oorspronkelijke graven zichtbaar.

Vanaf mei 1917 krijgt de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge (VDK) van de Duitse regering de opdracht om de begraafplaats her aan te leggen, op kosten van de gemeenten. Van de 58 begraafplaatsen die in de provincie Luxemburg worden aangelegd, komen er drie in Rossignol; de begraafplaats Le Pleateua, L'Orée de la Forèt en de begraafplaats Est. Door de wet van 28 september 1920 en onder druk van de publieke opinie geeft de Franse regering de Franse families de toestemming om het stoffelijk overschot van hun in België begraven familielid te repatriëren. Naar schatting werd zo 40% van de overledenen naar Frankrijk teruggebracht. Nadien laat de burgerlijke stand de weinige lichamen die nog op kleine begraafplaatsen rusten, naar grote necropolen overbrengen. De bedoeling is om de gedenkplaatsen beter te concentreren, zodat de gedachtenis aan al deze helden eeuwig blijft duren. Bij het overbrengen van de stoffelijke overschotten wordt niet altijd rekening gehouden met de logica van de veldslagen en de verschillende regimenten die eraan deelnamen. In 1923 worden op de begraafplaats L'Orèe de la Forét twee grote ossuaria aangelegd en in 1926 wordt de begraafplaats Est leeggemaakt. Toen de begraafplaats werd heraangelegd bedacht men de vorm van een regelmatige hexagoon met daar rond een cirkel en in het midden een monument. Reeds tijdens de oorlog worden de lichamen van heel wat Duitse militairen naar Duitsland gerepatrieerd. Vanaf het einde van de jaren twintig brengt de Duitse overheid haar slachtoffers in enkele necropolen samen. Nu liggen alleen op de begraafplaats Le Radan (Bellefontaine), in de gemeente Tintigny, nog 298 lichamen van Duitse militairen.

We gingen de in natuursteen opgetrokken trap op en stonden niet veel later op de begraafplaats die onder het bladerdak van het bos lag. Wat was dat? Het werd ineens stil, zelfs een voorbijrijdende auto hoorde je nauwelijks en het gaf een immens rustig gevoel. We liepen de begraafplaats verder op kriskras door elkaar opzoek naar een mooi beeld om vast te leggen met onze camera's terwijl we hier en daar in gedachten verzonken bij het zien van alweer diezelfde datum, 22 augustus 1914. Ook hier en daar troffen we wel eens een pot met bloemen bij een graf, een klein boeket bloemetjes met drie verschillende kleuren, blauw, wit, rood, de kleuren van de Franse vlag aan een grafkruis gebonden met draad of een lint die de kleuren van de Franse vlag had. Dit liet ons toch weten dat hoewel deze begraafplaatsen niet zoveel aandacht hebben als in West Vlaanderen, ze toch nog regelmatig bezocht worden door nabestaanden. Aan de achterkant van de begraafplaats vonden we een groot en zwaar houten kruis met het opschrift '1914' met aan beide zijden een vlaggenmast. De Belgische en Franse vlag wapperde hier altijd voor deze gevallen helden.






















Hier en daar zelfs een grafkruis zonder gegevens, of een naam waarvan enkele letter ontbraken. Dat was ook zoiets dat we moeilijk begrepen. Hoe kan je de een militaire zijn naam niet weten als je wel weet in welke eenheid die diende en je 2 of 3 letters mankeert van zijn volledige naam? We vonden het allen zeer merkwaardig. Toen we zo'n half uurtje rond liepen op de begraafplaats, ontmoeten we elkaar in het midden bij het monument waar we besloten onze PRWWI tunes te spelen. We gingen onze pipes ophalen en waren er niet veel later helemaal klaar voor. De klanken van onze eerste PRWWI tune Flowers of Scotland galmde onder het bladerdak van het bos waarna een ijzige stilte ons allen overviel. Patrick genoot van dit moment maar kon er maar een minuutje van genieten want onze tweede PRWWI tune Amazing Grace kwam eraan. Patrick, Rais en Willy stonden iets verderop te genieten maar ook aan dit moment kwam een einde toen de laatste tonen van onze PRWWI tune Amazing Grace werden opgeslorpt door het bos.













Kort na onze muzikale PRWWI ceremonie besloten we om eerst de groepsfoto te maken bij het centrale monument. Borst intrekken en buik vooruit was de boodschap terwijl we stonden te wachten tot het lampeke bleef branden en de camera 'klik' deed. We waren vereeuwigd op de Franse Militaire Begraafplaats Plateau waarna we onze pipes op het monument legden en we ons PRWWI In Remembrance kruisje gingen plaatsen. Ons kruisje werd niet veel later plechtig neer gepland bij het centrale monument op de begraafplaats waarna onze volgers er verschillende foto's van namen. Terwijl Patrick zich in alle mogelijke bochten wrong en half liggend ondersteboven met zijn benen in zijn nek een foto trachtte te maken van ons PRWWI In Remembrance kruisje stond Stuart nog wat extra informatie op te zoeken op zijn iPhone. Opeens liet Stuart ons weten dat zijn volgens Kurt modern machiene, er hier op deze begraafplaats ook een 'Cache' verborgen zou zijn waarbij we allen nieuwsgierig werden.






Omdat onze PRWWI ceremonie klaar was en we toch een beetje vooruit liepen op ons tijdsschema besloten we om toch even op onderzoek te gaan naar de verborgen 'Cache' van het internationale spel Geocaching. We liepen allen in de richting dat Stuart zei waar het zou moeten liggen en zochten. Tussen de bladeren, aan de omheining, aan of in een boom, niks te vinden. Net toen we de moed wouden opgegeven om dat we niet langer konden blijven zoeken, we hadden immers nog een paar begraafplaatsen te bezoeken, zei Rais ineens; "Zou het het in dit plastieken doosje kunnen zitten?" "Ja, dat is em?", en we opende het doosje waarna we het logboekje invulden en de Cache weer mooi verborgen op de plaats waar Rais hem had gevonden.

Na onze mooie vondst wat ergens wel een beetje een leuke afwisseling bracht tijdens onze tocht wandelden we terug naar de ingang van de begraafplaats waar we in de natuurstenen muur het kastje vonden waarin het bezoekersregister zat. Dit kende een laatste input op 23 juli 2016 van de Unité Saint-François de Louvain-La-Neuve, een scoutsgroep uit Louvain-La-Neuve die alle het bezoekersregister hadden ondertekend. Wij op onze beurt deden hetzelfde en terwijl iedereen een voor een het register ondertekende legde de camera van Stuart dit gebeuren vast. Nadat we het bezoekersregister weer mooi hadden opgeborgen namen we onze spullen en pipes op en stopten deze in de auto om verder te trekken op onze tocht. We verlieten deze mooie en vooral rustige begraafplaats om 15u35 en zetten koers naar Neufchateau.









Een rit van een kleine 14 kilometer langsheen het mooie landschap van onze Belgische Ardennen bracht ons om 15u15 bij  Neufchateau Communal Cemetery. Op deze burgerbegraafplaats zouden we buiten 9 Commonwealth War Graves en 2 Belgen uit de Tweede Wereld oorlog eveneens 6 Fransen vinden uit de Eerste Wereldoorlog maar daar hadden we weinig informatie over gevonden tijdens onze research. We parkeerden er onze PRWWI mobiel bij op de ruime parking voor de begraafplaats. We dronken nog vlug een slok fris water, namen onze spullen en pipes en trokken de begraafplaats op. 





Kort bij de ingang vonden we een kleine monumentje waarvan de datum 1940 in het oog sprong, dus sloegen we er voorlopig niet veel aandacht aan en wandelden verder de begraafplaats op. Een gemeentewerknemer die net wou vertrekken na zijn werkzaamheden keek ons verbaast aan waarop Stuart hem een goeie dag gaf en vroeg waar we ergens de slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog konden vinden. De man deed ons meteen een uitleg waarna we verdergingen en uitkwamen bij 9 Commonwealth War Graves uit de Wereldoorlog 2. De gemeentearbeider werd terug opgezocht en blijkbaar had hij het mis begrepen. 






Zijn andere uitleg bracht ons niet veel later rechts achteraan op de begraafplaats waar we na een beetje zoeken uiteindelijk één Frans graf terugvonden op een hoek van een perk. Het was licht verwaarloost maar men zag nog de Franse kleuren, blauw wit en rood in de afgebladderde verf op het grafkruis. Op het graf zelf lagen ook nog de resten van enkele bloemstukken, waarschijnlijk van op de 11 november viering het jaar voordien. Het stemde ons droevig dit graf zo te zien, het droeg zelfs geen naam of andere merkteken die ons enige verwijzing gaf dan enkel het typische stenen kruis voor de Franse militairen. We namen er enkele foto's van voor onze PRWWI archieven en gingen opzoek naar de andere Franse graven.




Kort in de buurt van dit graf zochten Patrick, Rais en Willy mee naar enig teken van een Frans militair graf maar we vonden geen enkel ander spoor in deze hoek van de begraafplaats. We trokken verder op naar de andere kant van de begraafplaats uitkijkend naar enig teken van oude Franse graven. We moesten er ook rekening mee houden dat deze graven wel eens verwijderd konden zijn, we wisten het niet. Patrick vond een eindje verder een hoop bloemstukken met daaronder het silhouet van een Frans gelijkend grafkruis. Hij ging op onderzoek uit en melde ons niet veel later dat hij nog een Frans militair graf had gevonden. Onze volgers, die ook mee zochten naar de graven en Kurt zakten af naar de plaats waar Patrick zich bevond. Stuart stond ondertussen van alles op te zoeken op zijn iPhone. Wat we daar toen te zien kregen was echt schrijnend. Ongelofelijk, een nog erger dan het vorige compleet verwaarloosd graf waar naar alle waarschijnlijkheid enkele mensen hun oude plastieken versleten of verschenen bloemstukken en potten overheen hadden gesmeten. Een groot vuil en verschenen bloemstuk in de vorm van een hart en een ander soort krans hing over het grafkruis heen. Dit waren geen bloemsukken van vorige 11 november vieringen, je kon nauwelijks zien dat het om een Frans militair graf ging. Het enige merkbaar punt waar we verder op konden gaan was de afgebladderde verf op het stenen kruis.



We konden er niet bij met onze gedachten het graf zo te vinden en al zeker niet dat de dag van vandaag er zich niemand bekommerd om deze graven, zelfs de gemeente niet blijkbaar. Dit was echt balen. We moesten niet langer zoeken maar hier bij dit graf gingen we onze PRWWI tunes spelen. Maar wat is er gebeurd met de andere vier Franse slachtoffers die volgens onze research hier zouden rusten? Toch nog even verder zoeken. Naar het laatste graf was een lege plaats en de zerk stond heel dicht tegen een afgrond. Zou de zerk zijn omgevallen en naar beneden geschoven? Het was mogelijk, maar niet zeker. 





Na het nemen van enkele foto's van het compleet verwaarloosde graf, namen we onze pipes en speelden naast het Franse graf onze PRWWI tunes Flower of Scotland en Amazing Grace met tussenin een lang stil moment. Een moment van bezinning en in gedachten verzonken bij de Helden die we hier zo hadden terug gevonden. Na het spelen van onze PRWWI tunes namen we hier ook de groepsfoto voor onze PRWWI archieven en besloten we om hier eveneens ons PRWWI In Remembrance kruisje neer te planten.






Enkele ogenblikken later werd bij het naamloze Frans militair graf het PRWWI In Remembrance kruisje plechtig neer gepland. Na deze kleine ceremonie werden er nog enkele foto's genomen van het Franse graf en wat nagepraat met onze volgers. Hier vonden we het concept van ons PRWWI project terug; "Het is voor zulke jongens dat we het allemaal doen. Dit is waarvoor we zijn begonnen met het PRWWI project" verwoordde Stuart tegen iemand van de volgers toen deze ook zijn ongeloof uitsprak over dit Frans militair graf. Enkele ogenblikken later besloten we om verder te trekken op onze tocht omdat we hier met het zoeken naar de verschillende graven wel wat tijd hadden verloren. Eveneens van de 2 Belgische militairen die hier zouden begraven zijn was geen enkele spoort te vinden. We wandelden terug naar de ingang van de begraafplaats waar Stuart toch nog eens een kijkje wou nemen bij het kleine monument aldaar.







Toen we daar aankwamen merkten we op dat de 2 Belgen alsook enkele Franse militairen mee stonden vermeld op het monument waarvan we bij onze aankomst dachten dat het om een monument ging van Wereldoorlog Twee slachtoffers. Het aantal namen die erop vermeld waren strookte met het aantal die we tijdens onze research hadden gevonden. Alleen was er verder op de begraafplaats geen enkele spoor van te vinden dan alleen de 2 verwaarloosde Franse militaire graven. Wellicht werden de andere graven in het verleden verwijderd en werd hun naam bijgezet op het kleine monument bij de ingang. We namen nog enkele foto's van het monument en wandelden rustig verder naar de auto waar we onze pipes en spullen in laden.
Bij thuiskomst hebben we het monument nog eens goed bestudeerd en zit er misschien toch nog een logische uitleg in de locatie van de slachtoffers. Van de 6 Franse slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog zijn er twee gesneuveld op inderdaad 22 augustus 1914. De andere vier sneuvelden net na de Wapenstilstand in november 1918. Dit zou kunnen verklaren dat we twee aparte graven terug vonden, waarschijnlijk van de twee slachtoffers van 22 augustus 1914. De andere vier rusten waarschijnlijk onder het monument en tijdens de Tweede Wereldoorlog de slachtoffers van deze periode nog toegevoegd. 





Enkele ogenblikken later verlieten we Neufchateau Communal Cemetery om 16u35 voor een rit van 1.5 Km verder die ons bij de Frans-Duitse Militaire begraafplaats Neufchateau-Mallonne zou brengen, de negende en laatste stop voor vandaag. Een 40 minuten later dan voorzien arriveerden we aan de begraafplaats waar we parkeerden op een smalle strook bij de ingang. Echt gemakkelijk was het niet en we moesten vooral goed uitkijken want de ingang van de begraafplaats lag aan de binnenkant van een bocht van de hoofdweg Neufchateau - Florentville. De toegang was opgetrokken in leisteen waarachter een trap ons naar de begraafplaats bracht. De begraafplaats was gelegen op een heuvel met aan het einde van de trap een klein plateau met een eveneens uit lijstenen muur waarnaast de eigenlijke toegang tot de begraafplaats lag.









Ook hier kwam er maar één datum naar voren geschoven. 22 augustus 1914. Nadat het Belgische leger zich terug getrokken had achter de IJzer waren het de Fransen die door Joffre de aanval openden op 22 augustus en hier in de Ardennen de Duitsers tegenkwamen. In drie dagen tijd werden 70.000 soldaten van beide kampen buiten gevecht gesteld. De oorlog was zeer gewelddadig voor de legers die op elkaar botsten van Maissin tot Baranzy, maar ook voor de burgers in Anloy, Longlier, Rossignol, Tintigny, Ethe, Porcheresse, etc. Willekeurige executies, plunderingen en verwoestingen van dorpen, deportaties en een bezetting van 4 jaar moesten worden doorstaan. Malonne is gelegen op de weg naar Florenville. Na de leisteen ingang vinden we een opstelling van zeer speciale kruizen die de lijken van de Franse en Duitse slachtoffers gevallen tijdens de Eerste Wereldoorlog in Longlier en Hamipré verenigen. Deze begraafplaats werd gebouwd in 1917 door de Duitsers. Na de Tweede Wereldoorlog werden de lichamen van de niet teruggestuurde militairen hier eveneens begraven. Oorspronkelijk waren deze stoffelijke overschotten in de acht militaire begraafplaatsen rond Neufchâteau begraven.

We lieten onze pipes achter op een stenen muur bij de ingang en trokken gewapend met onze camera de begraafplaats op op zoek naar een mooi plaatje voor onze PRWWI archieven. Een waar contrast met onze vorige stop. Hier op deze heuvel was de begraafplaats heel proper en goed onderhouden. Aan beide zijden bij de ingang van de begraafplaats vonden we enkele Duitse gemeenschappelijke graven terug waarvan alle namen van de slachtoffers die erin waren begraven vermeld stonden op grote bronzen platen die op natuurstenen sokkels waren vastgezet. De graven van de Franse militairen lagen allemaal in een grote halve cirkel ten opzichte van de ingang. De Duitse militaire graven lagen aan de linker buitenzijde van die halve cirkel met aan de voorzijde een klein massagraf. We wandelden wat rond tussen de verschillende graven en stonden hier en daar in gedachten verzonken bij het zien van de vele slachtoffers die allemaal op dezelfde dag waren gevallen.





























Iedereen op zijn eigen manier trok rond over de begraafplaats, opzoek naar een mooie foto of om hier en daar even stil te staan bij het graf van de vele slachtoffers die het waren begraven. Het gaf een heel mooi zicht toen men in het midden en boven aan de rand van de begraafplaats naar de ingang een iets naar beneden keek. eveneens als men gewoon vooruit keek, de vallei in waar de meeste slachtoffers die hier waren begraven destijds gevallen waren. Van hieruit, maar helaas niet echt zichtbaar door de begroeiing hier, kan men een dikke 1.5 kilometer verder op de splitsing van een weg nog het grote en uit leisteen Duitse mausoleum zien dat oorspronkelijk door 12 linden was omringd maar hedendaags midden in een kleine bos ligt. Allemaal stille getuigen van de eens zo gewelddadige veldslag die hier destijds plaatsvond.





Na een tijdje verzamelde Stuart en Kurt terug bij de ingang wat ons liet weten dat het tijd was voor het muzikale gedeelte van ons bezoek. We namen onze pipes op en wandelden naar een plaatsje ongeveer in het midden van de begraafplaats waar we tussen de graven onze PRWWI Flower of Scotland en Amazing Gracve speelden voor de slachtoffers die hier begraven waren. Het klonk prachtig hier op de heuvel. Kort na ons muzikaal eerbetoon voor de slachtoffers dienden we even te overleggen waar we ons PRWWI In Remembrance kruisje het beste zouden plaatsen. De volledige ingang was immers in leisteen. Bij een graf? We wisten het niet echt maar kwamen al vlug overeen dat we het naast een kleine trap in het gras op de begraafplaats zouden plaatsen. Niet veel later werd het PRWWI In Remembrance kruisje plechtig neer gepland en markeerden we als het ware ons bezoek aan de Frans-Duitse Militaire Begraafplaats Neufchateau-Mallonne. Het was ook een de plaats waar we de groepsfoto namen.















We begaven ons naar de ingang waar we in de toegangspoort het kastje aantroffen met het bezoekersregister in. Daar vonden we ook een heel mooi namenregister in van de Duitse slachtoffers die hier waren begraven, alsook een grondplan van de begraafplaats zelf. Het register kende een laatste input op 1 juni 2016 van een zekere Maggie en Bob Van Bogaert die er; "Kerkhof goed onderhouden. Betoon van respect voor de gevallen soldaten. PAX!" hadden bij geschreven. Wij op onze beurt ondertekenden eveneens het bezoekersregister waarna we ons stilletjes naar onze PRWWI mobiel begaven. Na het inladen van onze spullen en pipes stond er nog een traditioneel gebeuren op onze agenda want dit was de laatste begraafplaats van onze tocht voor vandaag. Stuart en Kurt haalden de fles Ardmore boven en genietend van deze traditionele dram praten we nog een tijdje na over de gepasseerde lange dag.









Een dag waarop we van alles hadden beleefd, veel hadden gezien. Een dag waar we van het ene naar het andere uiterste gingen bij het zien van sommige begraafplaatsen van gesneuvelde Helden uit de Grote Oorlog. Zij wisten het dat we hier vandaag even aan hen hebben gedacht en hen een bezoek brachten. Zij zijn zeker niet vergeten, daartoe dient het PRWWI project immers en het is voor hen dat we het doen wat ons nog meer motiveerde onze missie te doen slagen. Toen onze dram verorberd was verlieten we om 17u50 Neufchateau-Mallonne voor een rit naar ons vakantiehuis in Herbeumont.
Patrick, Rais en Willy zeer hartelijk bedankt om erbij te zijn vandaag en de verre reis te maken om ons te volgen op deze tocht van ons Ardennen Offensief. Het was plezant en we hopen beiden dat jullie er ook van hebben genoten zoals wij dat deden.

Groeten Stuart en Kurt